Skip to main content

Wat word je met een lerarenopleiding?

Ik loop een dagje mee met Hugo Luijten

  • Studie – Lerarenopleiding geschiedenis afgestudeerd in 1993 en HBO master opleiding geschiedenis afgestudeerd in 2000
  • Universiteit / HBO-instelling – Fontys Hogeschool
  • Functie – Schrijver
  • Laatste boek – Undercover Ramkraak
  • Eerste baan – Docent geschiedenis aan een middelbare school

“Wil je schrijver worden? Ga bij een uitgever werken en houd een blog bij” – Hugo Luijten

Voordat mijn meeloopdag begint, kan ik je verklappen dat ik een exemplaar van Hugo’s nieuwste boek ‘Undercover – ramkraak’ mag weggeven!

Wil jij dit winnen? Kom dan met een interessante tip of vraag voor Hugo!

Stuur een mailtje naar cecile@reulencc.nl of zet je tip of vraag in de comments op mijn Instagram of Facebook. Ik verzamel alle antwoorden en Hugo zal zelf de meest ijzingwekkende tip of bloedstollende vraag kiezen!

Insturen kan tot vrijdag 14 januari 2022.

Oké, nu aan het werk! Hoe ziet ‘onze’ werkdag eruit?

‘Onze’ werkdag ziet er iets anders uit dan die van de meeste mensen. Ten eerste, omdat een groot gedeelte van de werkdag van Hugo zich ’s nachts afspeelt als hij aan het schrijven is en ten tweede, om nou een aantal uren te gaan zitten kijken naar iemand die in volle concentratie op een laptop bezig is, is zowel voor hem, mij, als de lezer van dit artikel niet heel erg aanlokkelijk.

Het meekijken was deze keer dus vooral luisteren naar wat Hugo te vertellen had over het schrijversvak. Deze keer dus geen ‘om 8 uur gingen we dit doen en om 11 uur was er koffiepauze’. Maar geloof me; Hugo is een echte verteller, dus aan het einde van de middag had ik genoeg materiaal om zelf een boek te schrijven… Ik heb ook tips gekregen voor degenen die het schrijversvak in willen. Deze heb ik in dit artikel verwerkt.

Op de dag dat wij hadden afgesproken, was hij nèt klaar met zijn tweede Undercover boek. En dan ook nèt. Nadat ik weg was, heeft hij de laatste puntjes op de ‘i’ gezet en het manuscript verstuurd. Inmiddels is het boek uitgekomen en mocht je interesse hebben, dan kun je het via zijn website bestellen. Of via de winactie winnen.

Hugo’s dagindeling in vier delen:

  • de nacht is om te schrijven;
  • de ochtend om te slapen;
  • de middag om dingen te doen waar je andere mensen voor nodig hebt die tussen 9 en 17 uur werken;
  • de avond is om research te doen.

Toen ik over de dagindeling hoorde, was mijn eerste vraag: waarom ’s nachts?

Hugo: “omdat ik dan zeker weet dat ik in alle rust kan schrijven. Ik word dan niet gestoord door mailtjes, telefoontjes, appjes of wat dan ook.”

Zit wat in. Het past ook wel bij het romantische beeld dat ik van schrijvers heb: in het holst van de nacht werken aan de ontknoping van een moord. Je bent alleen op de wereld en voelt langzaam de kilte van de vroege ochtend over je heen trekken. Omgeven door een walm van sigarettenrook en een fles Jack Daniels Single Barrel die nog driekwart gevuld is binnen handbereik, lees je je laatste zinnen voordat voor de rest van de wereld een nieuwe dag aanbreekt…

De werkelijkheid is ietsiepietsie anders trouwens.

Die nacht en sigarettenrook kloppen. Bij het nalezen van mijn aantekeningen kwam de walm me zelfs thuis nog tegemoet, haha. Die drank klopt niet. Hugo vertelde me dat hij wel eens iets geschreven heeft na een paar pintjes en dat hij een dag later dacht “huh!?”

Naar eigen zeggen drinkt hij graag en in grote hoeveelheden, maar niet als hij moet schrijven. De ‘drinktijd’ én de kater kosten domweg teveel tijd. Tijd die totaal improductief is. Alcohol en schrijven gaan volgens hem niet samen, in tegenstelling tot het beeld wat veel mensen van schrijvers hebben.

Tip 1 – Wil je schrijver worden, dan is drank geen aanrader dus.    

Tip 2 – In het bovenstaande stukje heb ik meteen wat schrijftips van de meester zelf toegepast:

  1. gewoon beginnen met schrijven en doorgaan. Dit was ook één van mijn vragen: “hoe begin je zo ’s nachts?” Zo dus.
  2. Als schrijver wil je tot iemands verbeelding spreken. Je kunt zeggen “iemand zit op een stoel”, maar je kunt ook de stoel omschrijven, de ruimte of het decor, de geur die om die stoel hangt en zelfs of de stoel geluid maakt. Mijn stukje is een kleine aanzet, maar deze extra informatie maakt een boek het lezen waard.
  3. Een goede voorbereiding is het halve werk. Ik wist waar ik het over wilde hebben, die sigarettenwalm uit mijn aantekeningenboekje was mijn inspiratie en voor mijn research heb ik de website van Gall en Gall en whiskyliefhebber geraadpleegd.

Heldere tips, maar hoe heeft de meester het zelf geleerd?

Hugo: “net zoals voor de meeste beroepen, moet je ook voor schrijven een zekere aanleg hebben. Dat je een verteller bent helpt, maar dan ben je er evengoed nog niet. Verhalen hebben structuur, er zijn karakterbogen en allerlei trucs om het verhaal te versnellen of juist af te remmen. Voor dat laatste bestaan opleidingen. Goede en slechte. Mij heeft K.M. Weiland heel erg geholpen. Helping writers to become authors is haar website waarop je heel veel informatie en tips kunt vinden over het opzetten van een boek en het ontwikkelen van karakters bijvoorbeeld. Per boek leer ik weer bij en nu na zeven boeken weet ik wel hoe het werkt.”

En je moet het écht willen! Je kunt het schrijfproces van een boek vergelijken met dat van een scriptie.

Je begint met een idee en dit ga je vervolgens uitwerken. Je doet onderzoek en je schrijft je rapport of in mijn geval een boek. Net als bij een scriptie kan onderzoek doen heel saai zijn. Voor mijn Undercover boeken moest ik bijvoorbeeld op de hoogte zijn van wettelijke regelingen en daarvoor heb ik stukken van het Openbaar Ministerie gelezen. Dat is taaie kost.”

Ik kon toen zo invullen dat veel studenten hier over struikelen, inclusief ikzelf destijds. Als dat voor jou anders is, zou ik zéker doorlezen om te ontdekken of jij voor het schrijversvak geboren bent.


En een verhaal is geboren…

Los van jouw dagplanning; hoe ziet een planning voor een boek er eigenlijk uit?

Hugo: “ik heb zes maanden nodig voor een boek. Ik schrijf er dus twee per jaar. Van die zes maanden, ben ik vier maanden bezig met de voorbereiding: met research, het uitdenken van het plot en de karakters. Verder schrijf ik mijn gedachten op zoals zinnen die me te binnen schieten, oneliners of herinneringen. Na die voorbereiding heb ik allemaal ‘losse flodders’.

Vervolgens heb ik twee maanden nodig voor het daadwerkelijke schrijven. Dit gaat best snel en ik schrijf dan ook gemiddeld zo’n 2500 woorden per nacht. Tijdens het schrijven kunnen er nog wel dingen veranderen of pas ik het einde nog aan, maar het plot daar kom ik niet meer aan. Ik schrijf namelijk plotgedreven boeken. Dit moet dan ook wa-ter-dicht zijn voordat ik met schrijven begin. Hier ben ik heel secuur in en blijf ik bijschaven totdat er geen speld meer tussen te krijgen is.”

Hier is Hugo heel stellig in en ik was heel benieuwd hoe je tot een plot en een verhaal komt.

Hugo: “ik haal mijn inspiratie onder andere uit series en films. Bepaalde scènes geven mij weer ideeën voor mijn eigen boeken. Ik kan een scène uiteraard niet kopiëren, maar dat hoeft ook niet. Mijn inspiratie begint na het zien wel te stromen.

Daarnaast heb ik eigenlijk altijd mijn oren en ogen open. Er komen bijvoorbeeld situaties in mijn boeken voor die echt gebeurd zijn, hoe bizar ook. Of van een interessante naam op een vrachtwagen maak ik een foto. Je weet nooit wanneer dit van pas komt.”

Het zou zomaar kunnen dat deze naam in zijn volgende boek voorbijkomt.

Hugo vertelde me dat hij een namenboekje heeft waarin hij namen verzameld, een decorboekje met allerhande ruimtes oftewel decors en ook dat hij geuren en geluiden opschrijft of beter gezegd omschrijft, zodat hij dit later in zijn verhalen kan gebruiken.

Hugo: “wat ik tenslotte uit Amerikaanse films en series haal, is hoe slecht een film ook is, de verhaalstructuur is eigenlijk altijd een succes. Er komen wetmatigheden in voor die het dan toch nog een goede film maken.”

Hoe weet je dit?

Hugo: “veel Europese filmschrijvers ‘beginnen gewoon’ en dit zie je terug in het verhaal. Amerikanen houden een bepaalde structuur aan waardoor het verhaal van A tot Z klopt. Met deze informatie ga je meteen anders naar een film of serie kijken.

In de eerste 25% van het verhaal zijn bijvoorbeeld alle hoofd- en bijrollen die van belang zijn voorbijgekomen. In een thriller dus ook de dader. Vervolgens is er nog een plotwending bijvoorbeeld bij 50% en gebeurt er iets bij 75% en 90% van het verhaal.

Als ik een film zit te kijken, weet ik inmiddels precies wanneer er iets belangrijks is gebeurd en kan ik tussendoor koffie gaan pakken zonder iets van het verhaal te missen.”

Hugo legt uit dat schrijvers dit doen, omdat je anders als lezer denkt dat het erg flauw is opgelost. Als de dader pas de laatste vijf minuten in beeld komt – dat zou een ‘deus ex machina’ zijn – dan vinden de meeste kijkers of lezers dat totaal niet bevredigend. Niet eerlijk zelfs, dan heb je je als schrijver er vanaf gemaakt.

Als liefhebber van de serie van Baantjer zit ik altijd geboeid tot de laatste tien minuten te kijken als de moord en dader geanalyseerd worden in de keuken van De Cock. Dat is het moment dat bij mij het kwartje valt… Ik ben dus heel benieuwd of zelfs ík nu al voor het einde van de film de dader kan ontmaskeren.

En jawel, na het bezoek aan Hugo heb ik inmiddels een paar films gezien en ik herken de dingen die hij me heeft verteld. Geen paniek, ik kan mezelf nog steeds met volle overtuiging in een verhaal verliezen!

“Schrijven is eigenlijk de lezer voor de gek houden en dat 270 bladzijden lang” – Hugo Luijten

…De schrijver aan het werk…

Van ‘voor de klas’ naar schrijver

Ik ken Hugo nog uit de tijd dat hij als docent geschiedenis voor de klas stond. Eerst bij een middelbare school, toen het hbo en later weer bij een middelbare school.

Waarom ben je de lerarenopleiding geschiedenis en later nog een master geschiedenis gaan studeren?

Hugo: “als kind wilde ik al ‘meester’ worden, later werd dat leraar. Eerst heb ik nog het conservatorium geprobeerd, maar ik zag in dat dat niks zou worden. Toen ben ik geschiedenis gaan studeren. Ook al een heel oude liefde. Zolang als ik mij kan herinneren ben ik gek van geschiedenis.”

Welk idee had je bij deze studie(s)?

Hugo: “ik wilde vooral leraar worden, het minstens net zo goed doen als de mooie voorbeelden die in mijn schooltijd voor de klas stonden. En misschien wel een beetje beter…”

Welk idee had je van het leven na je studie(s)?

Hugo: “pfff…. Niks bijzonders? Baan zoeken en de kost verdienen?”

Wat is hier van uitgekomen?

Hugo: “precies dat! Behalve dat ik dat na dertig jaar ook wel weer beu was. Het onderwijs is erg veranderd, en eerlijk gezegd was ik niet bereid om in die veranderingen mee te gaan. Dan word je gek, weggejaagd of allebei, dus ik heb de eer maar aan mezelf gehouden en als zelfstandige begonnen.”

Kun je iets vertellen over je eerste baan na je afstuderen; over de functie en de organisatie(cultuur)?

Hugo: “gelukkig ben ik nooit werkeloos geweest, hoewel het begin jaren ’90 heel moeilijk was om aan een baan in het onderwijs te komen. Wel moest ik vaak vier werkgevers combineren om aan een volledige aanstelling te geraken, maar dat is mij altijd gelukt. Dat maakte dat ik niet in de vaak starre structuur van een onderwijsinstelling hoefde te opereren. Als er een vergadering gepland stond, riep ik al meteen dat ik dan elders moest lesgeven. Ik heb dus nooit veel vergaderd. Pas toen ik in het hbo maar één werkgever kreeg, moest ik ineens allemaal dat geklets aanhoren. Geen geduld voor…

Qua carrièreplanning is het allemaal precies zo gegaan als ik het mij vooraf bedacht had: eerst ervaring opdoen, dan op mijn oude school les gaan geven, daar sectievoorzitter worden, vervolgens in het hbo gaan werken. En exact zo is het ook gelopen. Ik zie dat nu ook terug bij mijn activiteiten als schrijver. Ik had zelf het idee dat je eerst een bundel met kortverhalen moest uitbrengen, dan pas je eerste roman, et cetera. Mijn literair agent (jawel!) zei dat het tegenwoordig op die manier helemaal niet meer gebeurt. Maar ik heb het wel zo gedaan. Kennelijk dwing ik dat af, tegen welke prijs dan ook.”

Hoe ben je bij je eerste baan terechtgekomen?

Hugo: “gewoon solliciteren, naar aanleiding van een advertentie in de krant.”

Ben je ook weleens afgewezen geweest? Waarom en hoe was dat?

Hugo: “ik ben negen keer op sollicitatiegesprek geweest, waarvan ik zeven keer te laat kwam. Elke keer werd ik toch aangenomen. Kennelijk heb ik een vlotte babbel. Al helpt het ook dat ik wel eens mijn handen onder de motorkap vuil maakte, en loog dat ik autopech had…

Twee keer ben ik afgewezen, omdat men uiteindelijk de zaak intern opgelost had. Ondertussen had ik alweer elders emplooi, dus erg was dat niet.”

Ik vond het erg leuk om op een gegeven moment op internet boeken van Hugo tegen te komen. Voor mij was het logisch, maar ik was benieuwd of dat voor hem ook zo was.

Waarom heb je een carrièreswitch gemaakt van docent naar schrijver?

Hugo: “het is begonnen met het bijhouden van een blog over een persoonlijk verhaal, over mijn zoon: Baby C. Hierin kon ik dingen van me afschrijven. In eerste instantie heb ik het schrijven gecombineerd met het lesgeven, maar dit was op een gegeven moment niet meer te doen.

Om boeken uit te geven, heb je een literair agent nodig. Ik heb deze een aantal verhalen voorgelegd, maar hij werd hier niet direct warm van. Toen hij vroeg naar iets persoonlijkers en ik hem de blogs van Baby C. liet lezen, is het balletje gaan rollen.”

Je noemde al eerder ‘literair agent’. Wat doet deze voor je?

Hugo: “om boeken uit te kunnen geven, heb je deze gewoon nodig. Een literair agent verkoopt je manuscript aan een uitgever en krijgt vervolgens een percentage van de verkoop.

Vooral bij mijn tweede boek, Offer voor een verloren zaak , heeft mijn literair agent me veel geholpen.”

Oké, dus zonder literair agent is het eigenlijk een ‘no-go’ om je manuscript uitgegeven te krijgen.

Hugo: “ja, maar… al is dit misschien geen wet van Meden en Perzen. Zeker in het begin kan een literair agent je helpen met de redactie, en natuurlijk heeft hij of zij een netwerk in de uitgeverswereld. Je moet bedenken dat uitgevers tientallen manuscripten per week krijgen opgestuurd. Het is dus zaak om op te vallen, om bovenop die ‘slush pile’ terecht te komen. En dat kan via een literair agent.

Maar net zoals bij uitgevers, is er op dit moment ook een stop bij de meeste literair agenten. Er zijn teveel schrijvers en te weinig uitgevers. Al is er natuurlijk wel voortdurend behoefte aan verhalen, dat zal nooit veranderen.”

NB: Ik heb wat onderzoek gedaan waarom er een stop is en op internet kon ik terug vinden dat een literair agent normaal gesproken tussen de 800 en 1000 manuscripten per jaar ontvangt van een onbekende auteur. In de Coronatijd is dit opgelopen tot 4 à 5 per uur!

Je hebt een literair agent en wat is de volgende stap? Bol.com lonkt, toch!?

Hugo: “klopt, maar onthoud: het is werk van een lange adem. Een langere adem dan ik had gedacht en dan gaat het bij mij nog snel met inmiddels zeven boeken in 5-6 jaar.  

Je wilt als schrijver ook een stap maken en niet persé één goed boek verkopen. Je wilt ook steeds bekender worden waardoor je meer gaat verkopen. Carrièrestappen zijn belangrijker dan snel geld.”

Hier helpt een uitgever bij?

Hugo: “een contract bij een uitgever is de volgende stap. Deze zorgt ervoor dat je boek wordt uitgegeven en bepaalt wanneer. Als je een uitgever hebt, dan blijf je hier in principe bij. Al wordt er ook wel veel gewisseld. Veel uitgevers geven een nieuwe auteur drie boeken de kans om goed te gaan verkopen. Lukt het dan nog niet, dan bieden ze je geen nieuw contract meer aan. Bij sommige uitgevers ben je ook contractueel verplicht om nieuw werk eerst aan hun aan te bieden, dus je komt niet zomaar los van een verbintenis.

Dat maakt dat voor mij netwerken weinig zin heeft, omdat ik aan een uitgever ‘vast’ zit. Ben je nieuw in het vak, dan raad ik je uiteraard wel aan om te netwerken om zo mensen te leren kennen.

Je bent afhankelijk van de organisatie van een uitgever. Niet alleen met betrekking tot het uitgeven van het manuscript, maar ook op het gebied van marketing en sales. Je uitgever bepaalt wat je schrijft en hoe het vervolg eruit ziet. Ik heb nu een Undercover boek geschreven en de uitgever bepaalt of ik vervolgens nog een Undercover boek schrijf. Je maakt hierover samen afspraken.”

Huh!? Dit bepaal jij toch?

Hugo: ”ja en nee. Het idee van de Undercover boeken kwam van mijn uitgever. Alles wat ik schrijf, heeft een spanningselement in zich, dus dit idee paste bij mij.

Ik heb in de loop der jaren wel geleerd om bij mezelf te blijven. Ook wat betreft de redactie van mijn manuscript. Ik wil best concessies doen, maar het moet wel míjn boek blijven.”

Tip 3A – Ben je nieuw in het vak? Ga dan netwerken om mensen te leren kennen.   

Het verhaal staat op papier

Hugo: “als ik mijn manuscript klaar heb, dan laat ik het door een aantal mensen lezen die als eerste commentaar geven op mijn verhaal. Van iedereen kan ik iets gebruiken om het verhaal aan te scherpen.”

Wie zijn die lezers?

Hugo: “onder andere mijn vriendin is één van de lezers. Haar betrek ik ook bij het ontstaan van het verhaal. Daarnaast is één van de juryleden van De Gouden Strop één van mijn eerste lezers. Dit jurylid zit uiteraard nu niet meer in de jury. Het is een professional uit het vak die mij heeft aangeboden om mij hierin te ondersteunen. Dit is echt heel fijn. En mijn verhaal wordt helemaal geredigeerd door een professionele redacteur. Ik heb hiervoor een vaste redacteur. Ik heb meerdere redacteuren gehad, maar met degene die nu mijn manuscripten redigeert, kan ik ‘lezen en schrijven’, zal ik maar zeggen.

Het hebben van een redacteur waarmee het klikt, is enorm belangrijk! Je hebt bijvoorbeeld discussies over hoe de dingen gezegd worden. Mijn boeken worden in Nederland uitgegeven, maar de Undercover boeken spelen zich voor een deel in Vlaanderen af.

Mijn redacteur let op het gebruik van bepaalde woorden en zinnen bijvoorbeeld. Deze moeten zowel voor Nederlandse als Vlaamse lezers te begrijpen zijn. Zo gebruik ik ‘een pintje’ in plaats van ‘een biertje’. Dat zou Bob Lemmens immers nóóit zeggen! Nederlanders snappen als ze het lezen echt wel dat het om een glas bier gaat, maar dit zijn dus dingen die ik met mijn redacteur bespreek.

Daarnaast let een redacteur op de inhoud. Stel, je hebt het op pagina 10 over ‘drie kinderen’ dan kunnen dit er op pagina 30 niet ineens ‘twee’ of ‘vier’ zijn. Tenslotte let je redacteur ook op de komma’s et cetera. ALLES moet kloppen.”

Oké…. Je moet dus niet bang zijn om kritiek te ontvangen als je aan een boek begint?

Hugo: “je moet zelfkritiek hebben en kritiek van anderen onder ogen kunnen zien. Ik had laatst bijvoorbeeld een discussie met mijn vriendin over een bepaalde scène in mijn nieuwe boek. Ik heb het gebaseerd op waargebeurde feiten, maar toen zij het las, gaf ze aan dat het té absurd was en dan maak je een keuze of je het laat staan of niet.”

En?

Hugo: “je mag het boek lezen en zelf oordelen…”

Helder. Je boek is geredigeerd en vervolgens bel je Tom Waes voor een leuke foto.

Hugo: “ging het maar zo. De foto van Tom is via zijn agent geregeld. Alles gaat via agenten. Nadat mijn verhaal geredigeerd is, zorgt, zoals gezegd, de marketing- en salesafdeling van de uitgeverij voor het op de markt brengen van mijn boek. Ik heb wel een stevige vinger in de pap als het over PR gaat. Mijn uitgever heeft daar mensen voor in dienst, maar er zijn ook uitgevers die dat helemaal aan de schrijver overlaten. Dat is trouwens bijna ondoenlijk. Natuurlijk is het handig als je een netwerkje hebt. Op een zeker moment ken je ook wel mensen bij kranten of leesclubs, maar het netwerk van een uitgever is altijd groter. Het versterkt elkaar.”

Hoe is dat? Dat je met het inleveren van het manuscript eigenlijk je kindje uit handen geeft?

Hugo: “dit hoort erbij. Ik moet wel toegeven dat op het gebied van marketing en sales nog wel een slag te maken is binnen de uitgeverswereld. Als schrijver ben je inderdaad afhankelijk van anderen hoe zij ‘jouw kind op de wereld zetten’. En als je dan hoort dat een talkshow jou graag in de uitzending had willen hebben, maar dat iemand van de uitgeverij de uitnodiging over het hoofd heeft gezien, is dit wel pijnlijk.

‘Social media-tijd’ besteed ik ook het liefst aan het schrijven, maar op het gebied van marketing zou ik misschien meer zelf zou moeten doen, zoals netwerken om in beeld te komen en blijven. Waar netwerken bij zal helpen is om aan een leuke column te komen. Maar die moeite is het mij eigenlijk ook weer niet waard. Ik wacht wel tot ze vanzelf komen…”

Tip 3B – Ook als je toch niet zo nieuw bent in het vak is netwerken belangrijk: om onder de aandacht te komen en te blijven bij de media bijvoorbeeld. 

Ik merk bij studenten die graag het boekenvak in willen, dat ze met hart en ziel voor de literatuur gaan, maar dat het commerciële aspect dat hierbij komt kijken minder in beeld is.

Hugo: “auteur zijn is een beroep, je bent zelfstandige. Daar komen ook dingen bij kijken die niet zo leuk zijn. Administratie, belastingaangifte, btw, et cetera. Vaak kun je van het schrijven van boeken alleen niet leven, dus moet je er dingen bijdoen om rond te komen. Ik heb gelukkig altijd met schrijven mijn geld kunnen verdienen, maar in het begin zaten daar ook veel commerciële opdrachten bij. Webteksten voor bedrijven bijvoorbeeld, of advertorials.

Er moet toch brood op de plank komen en met een boek alleen uitgeven om het uitgeven, hebben zowel de schrijver als de uitgeverij geen bestaansrecht. Alleen goede recensies zijn niet voldoende.”

Je boek is klaar, geredigeerd, Tom staat op de cover en nu de laatste stap: hoe komt het in de winkel?

Hugo: “laat ik het voorbeeld van de Bruna-winkels geven. De eigenaar van de Bruna-winkel is afhankelijk van de inkoopafdeling van Bruna. Iemand van mijn uitgeverij heeft contact met Bruna of zij mijn boek willen verkopen en hoeveel exemplaren elke winkel krijgt.

Iedereen maakt hierbij voortdurend de rekensom hoeveel boeken ze verwachten te verkopen en wanneer deze verkocht zullen worden.

Houd hierbij in het achterhoofd dat het eerder om een paar duizend boeken gaat dan om 100.000 boeken. Het hebben van een bestseller is, net als bij andere sectoren, slechts voor een klein gezelschap weggelegd.”

Een paar duizend boeken? Wanneer kun je dan spreken over een bestseller?

Hugo: “voor een beginnend auteur is de oplage rond de 1500 à 2000 boeken. En een tweede druk komt er in verreweg de meeste gevallen niet, omdat de stapel domweg niet wordt uitverkocht.

5000 boeken is voor een literair werk al een bestseller, maar bij een thriller is dat pas vanaf 10.000 verkochte boeken. Per boek krijg je als schrijver een euro of twee. Zo kun je uitrekenen wat je als beginnend schrijver aan je boeken overhoudt…”

Dit is dus de weg van het verhaal in jouw hoofd totdat het bij Bruna in de winkel ligt.

Op een viltje een grove schets van de inkomstenverdeling van een (verkocht) boek

Wat mijn studenten ook graag willen weten uiteraard: wat schuift het? Je krijgt ‘een euro of twee’ per verkocht boek, maar daar kun je ongetwijfeld de huur niet van betalen.

Hugo: “mijn inkomsten zijn een combinatie van een aantal activiteiten die ik doe. Ik krijg op mijn boeken een voorschot en dus een percentage per verkocht boek. Daarnaast heb ik nog andere activiteiten bij L1, de regionale omroep in Limburg, en schrijf ik incidenteel een column of opiniestuk.

Nu begint het een beetje te lopen qua inkomsten, maar het mooiste zou zijn om een regelmatige column te hebben als vaste inkomstenbron. Dit geeft mij meer vrijheden als schrijver. Net als de geldprijs bij het winnen van de Zilveren Strop.”

Zilveren Strop? Dit klinkt gaaf.

Hugo: “dat is het ook. Mijn boek ‘Undercover, alles of niks’ is in 2021 genomineerd voor de Gouden Strop en met het verhaal ‘Handbagage’ heb ik de Zilveren Strop gewonnen voor het beste spannende korte verhaal.”

Wow! Gefeliciteerd!

Hugo: “met de nominatie en prijs ben ik erg blij. Ik ben een streber en als ik aan een wedstrijd mee doe, wil ik ook winnen. Ik heb ontdekt dat erkenning voor mij belangrijk is. Ik ben om die reden gestopt binnen het onderwijs en neem genoegen met minder inkomen, zodat ik me volledig op het schrijven kan richten. Iets waar mijn hart ligt.”

Ik heb zelf ook prijzen gewonnen voor mijn werk: Intercedent van het Jaar en de Prijs der Humaniora van de Radboud Universiteit. Dit is superleuk en een enorme waardering voor datgene dat jíj zelf gedaan hebt.

Ik heb deze prijzen gewonnen, omdat ik met hart en ziel mijn werk doe. Er is hard werken aan vooraf gegaan, maar dit voelde voor mij niet zo. Het is mijn passie en ‘dit doe je gewoon’. Voor veel studenten is schrijven een passie. Een passie heeft echter ook niet leuke kanten.

Hoe is dit voor jou?

Hugo: “schrijven is een eenzaam beroep. Je moet ontmoet weinig andere schrijvers bijvoorbeeld. Voor mij is het gewoon het leukste beroep dat er is, ondanks het feit dat je van verschillende factoren afhankelijk bent of iets een succes wordt. Ik hou ervan om verhalen te vertellen en lezers op het verkeerde te been te zetten.”

Voor de student die schrijver wil worden

Tip 4 – Wat gebruik je nog van je studie in je huidige werk?

Hugo: “heel veel. Ik ben historicus, dus ik heb geleerd hoe je onderzoek moet doen in de alfavakken. Daar ben ik als auteur enorm mee geholpen: hoofd- en bijzaken, ordenen, in een presentatievorm gieten, et cetera. Elke dag heb ik nog plezier van mijn studie van dertig jaar geleden.”

Tip 5 – Wat is de top-3 vaardigheden die je uit je studie mee hebt genomen in je werkende leven als schrijver?

Hugo:

  • Planmatig werken
  • Onderzoeksvaardigheden
  • Vertrouw op jezelf

Met de kennis die je nu hebt, wat zou je anders doen als je weer zou (gaan) studeren?

Hugo: “exact hetzelfde, geschiedenis is het mooiste vak ter wereld! Hoewel: rechten, dat is eigenlijk ook wel wat. Het lijkt me niet al te moeilijk en je verdient er veel geld mee, haha.”

Tenslotte…

Heb je dit wel eens een writersblock gehad en zo ja, hoe ga je hiermee om?

Hugo: “nee, een writersblock heb ik nooit gehad. Ik zou eigenlijk ook niet weten wat dit is. Het lijkt erop dat als je dit hebt, dat er iets aan de hand is. Dat de uitgever elk moment briesend op de stoep kan staan of zo. Dat blijkt vervolgens dan weer mee te vallen.

Het komt wel voor dat het schrijven even niet lukt. Dan probeer ik hier zover mogelijk vandaan te gaan door bijvoorbeeld research te doen, mijn administratie, een serie te kijken voor inspiratie of om gewoon even boodschappen te gaan doen. Als je daarna weer verder gaat, komt het altijd wel weer. Mits je een plan hebt uiteraard! Als je gewoon zonder plan achter je laptop gaat zitten, tja, dan is de kans groter dat de bladzijden wit blijven.

Ik heb geleerd om op mezelf te vertrouwen. In het begin is dit lastig, dan denk je: “als het maar goed komt”, maar nu weet ik hoeveel tijd ik nodig heb voor research, voor het schrijven en wat ik moet doen als ik even vastloop.”

Mijn slotvraag… Stel, je bent financieel onafhankelijk of je uitgever geeft je de vrije hand. Welk boek zou je nog heel graag willen schrijven?

Hugo: “historische romans. Ook gelet op mijn geschiedenisachtergrond. Het lijkt me fantastisch om een keer een episch verhaal te schrijven dat speelt in de Middeleeuwen.”

Mijn ervaring na een middag met de schrijver van de Undercover boeken

Zoals bekend heb ik een achtergrond in de kunsten en was het boekenvak ook een onderdeel van mijn studie. Ik moet echter bekennen dat ik alleen maar nieuwe dingen heb gehoord! Oké, dat schrijven een eenzaam beroep is, die had ik zelf in kunnen vullen.

Dat je om überhaupt ergens te komen een literair agent nodig hebt, dat wist ik niet. En dat je een film of verhaal kunt opdelen in percentages is voor mij ook nieuw.

Zoals gezegd, heeft Hugo zoveel te vertellen dat ik zelfs met een hoop schrappen alsnog een lang verhaal heb geschreven. Ik heb mijn best gedaan om het schrijversvak in één artikel te vangen. En wie weet heb ik wel met de volgende bestseller-schrijver van een nieuwe ‘Games of Thrones’ aan tafel gezeten.

Wat mijn schrijverskwaliteiten betreft: er zitten ongetwijfeld lezers tussen die mij op mijn komma-gebruik kunnen afschieten, haha.

Een laatste woord aan Hugo: hoe heb jij deze middag ervaren?

Hugo: “dat je mij wilde interviewen is al een beloning voor wat ik doe.”

Wil je graag meer weten over Hugo Luijten en de boeken die hij geschreven heeft? Bezoek dan zijn website! Hier kun je zijn laatste Undercover boek, maar ook alle andere boeken kopen.


Please follow and like us:

#eerstebaannaafstuderen, #eerstebaannawo, #eerstestapnaafstuderen, #hugoluijten, #jijvindtweleenleukebaan, #schrijven, #schrijversvak, #undercover, #watwordjemet

× Hoe kan ik je helpen?